Geschiedenis

Hattemse Tichelovens

  • Leestijd 2 minuten
  • 61 x bekeken

Hattemer Kleikloet'n

Kleikloet’n, is de vanouds bekende bijnaam voor Hattemers, die al in de Middeleeuwen, tussen het maken van bakstenen door, kleiklontjes tot bolletjes draaiden om hun kinderen daarmee te laten spelen. Veel kinderen werden in die tijd ingezet om te helpen met het voortdurend “opsnijden” (kantelen) van de “groene” (verse) bakstenen, die in lange rijen waren uitgelegd (“neerslaan”). Zwaar werk dat eerst alleen in de warme zomermaanden gebeurde.

Toen de steenovens verschenen kon dit ook in de andere maanden, zolang de IJsseloevers bereikbaar waren. In de hoogtijdagen heeft Hattem vijf steenovens gehad, waarvan er nog één over is, maar allang niet meer in gebruik. De bakstenen werden gemaakt van de vette zee- en rivierklei, gevonden langs de IJssel, waar Hattem aan ligt. De zee kwam toen nog ongehinderd het land binnen via de open Zuiderzee, wat soms tot grote watersnood leidde, zoals de stormvloedramp van 1825.

Handelswaar
In Hattems Hanzeperiode waren bakstenen goede handelswaar en ideale ballast in het ruim van de instabiele Koggeschepen, de Volkswagen Kever onder de handelsschepen. De bakstenen maakten dat Hattem snel “versteende”, ofwel de zeer brandbare huizen van hout, riet en stro werden omgebouwd tot stenen huizen met dakpannen. Het Hattemse slot “Dikke Tinne” uit 1404, was een toonbeeld van een massieve bakstenen bouwconstructie met twee torens, met muren van ieder zeven meter dik.

Tegenwoordig zijn de Hattemer Kleikloet'n een lokale lekkernij: naar salmiak en zoethout smakende bolletjes. Opkikkertjes van de lokale firma Zoethout, in grootte vergelijkbaar met Haagse hopjes en Zwolse balletjes, waar je steeds weer van wilt snoepen. Verslavend en verleidelijk lekker. De Kleikloet'n zijn onder andere te bij het Toeristisch Informatiepunt.

Geschreven door Gerard

Stads- en natuurgids