Geschiedenis

Waar het allemaal begon...

  • Leestijd 3 minuten
  • 44 x bekeken

Waar het allemaal begon
De Gaeds- of Godesberg, gelegen aan de oever van een dode rivierarm van de IJssel, genoemd de Sint Antoniuswade of gewoon Waa, net buiten de stad Hattem is de plek waar de eerste “Hatheimers” al in de negende eeuw neerstreken. Niet echt als eersten, want een paar duizend jaar eerder was er ook al bewoning door hunebedbouwers uit de klok- en trechterbekercultuur. Een kindergraf en enkele gebruiksvoorwerpen werden opgegraven in het gebied Assenrade, noordelijk van de stad.

De op de Gaedsberg neergestreken bewoners geloofden dat zo rond het jaar 1000, Christus zou terugkeren op aarde en dat hij daarvoor deze naar hem genoemde natuurlijke hoogte zou kiezen. Dat is niet gebeurd, naar we nu weten.

De Gaedsberg is ontstaan zoals vele stuwwallen op de Veluwe, in een van de laatste ijstijden. Enorme ijsmassa’s duwden vanuit het hoge noorden, grond en rotsblokken voor zich uit en zo werden stuwwallen en hoogtes gevormd zoals de Utrechtse heuvelrug, het Veluwemassief en de Overijsselse heuvelrug. Bekende hoogtes in het Gelderse zijn: Signaal Imbosch en de Posbank nabij de Rheden, de Torenberg bij Hoog Soeren en de Woldberg bij ‘t Harde. In de buurt van Hattem zijn er dus ook de iets lagere Gaedsberg, die zelfs helemaal doorloopt tot onder de stad, de Vuursteenberg, de Trijsselberg en de Langenberg.

Logisch dat die eerste “Hattemers” zich gingen vestigen op deze hoogtes want er omheen was veelal sprake van veen en moeras. Het gebied grenzend aan de Gaedsberg, “de Enk”, werd gebruikt voor het weiden van vee. Op de Gaedsberg verrees een kapelletje en het gasthuis van Sint Antonie, ofwel het Antoniusgasthuis, later gebruikt voor pestlijders en leprozen. De arme drommels die leden aan de builenpest, melaatsheid en andere besmettelijke ziekten had men liever niet in de stad.

In de 12e eeuw trekken de Hattemers, wellicht op zoek naar nieuwe weide- en visgronden, verder over de zandhoogte om uiteindelijk uit te komen op de huidige plek van de stad. Destijds kon dat nog via een doorwaadbare plaats in de Waa. De eerste bouwactiviteiten vinden vanaf de 2e helft van de 12e eeuw plaats aan de Andreas en Catharinakerk op de Markt, voor Hattemers gewoon de Grote Kerk. Een bijzonder bouwwerk dat gedurende zijn lange bestaan te maken kreeg met branden en blikseminslag. De eerste kerk, gereed rond 1225, was maar klein en gebouwd in Romaanse stijl met tufsteen en een toren met zadeldak. Over die kerk bouwde men later een tweede kerk in Gotische stijl, met opnieuw een al wat hogere toren met zadeldak. Onderwijl bleef men gewoon kerken. In de toren kwam de 1300 kilo zware Catharinaklok. In de 16e eeuw werd de kerk uitgebreid met een Annakapel, waarin nog langere tijd een reliek van de heilige moeder Anna bewaard werd, waardoor Hattem een tijdlang bedevaartsoord is geweest.

Rond 1570 was het gedaan met het katholicisme in Hattem. In de kerk vonden bij de reformatie nauwelijks plunderingen plaats. De vroeg 15e eeuwse kloosters van Hulsbergen in het huidige Wapenveld en Claerwater bij Caten (Katerveer) werden echter met de grond gelijk gemaakt. In 1611 kreeg de Grote Kerk zijn Renaissance torenspits waarin later het carillon werd aangebracht dat zich geregeld laat horen. In de zomer zijn er carillonconcerten. Kom maar eens luisteren. Dat gaat het beste op het Tinneplein.

Geschreven door Gerard

Stads- en natuurgids